JOURNALISTIEKE INNOVATIE

TRAILERS VOOR JOURNALISTIEKE PRODUCTIES

De journalistiek zoekt steeds naar nieuwe manieren om een publiek te trekken. Sites zoals Upworthy richten zich daar compleet op.

De kwestie hoe je publiek trekt, werd ook besproken tijdens de Power of Narrative-conferentie in Boston twee jaar geleden. Dat schrijft Paulien Bakker in een verslag van de conferentie voor ‘De nieuwe reporter’. Tijdens de conferentie stelt Amy O’leary, hoofdredactrice van Upworthy, de vraag wat het digitale equivalent is van de krant naar de voordeur gooien. Daarmee bedoelt zij hoe je de aandacht van het publiek krijgt en vasthoudt.

O’leary geeft daar zelf een rijtje antwoorden op, maar richt zich vooral op de journalistieke producties zelf. Ik mis daarin nog een antwoord op hoe je een publiek trekt voordat de krant opengeslagen wordt (het moment dat hij naar de voordeur gegooid wordt). Ik denk dat een equivalent daarvoor ‘een trailer’ is.

Het begrip ‘trailer’ is natuurlijk bekend van de filmwereld. Trailers verschijnen maanden voordat een film in de bioscoop draait al op internet, om mensen te laten weten dat deze film wordt gemaakt en over een tijdje in de bios te zien is. De trailer zelf moet prikkelend zijn; mensen moeten die film willen gaan kijken. Het verhaal moet dus in 2 à 3 minuten enigszins duidelijk worden,  zonder te veel cruciale informatie prijs te geven. Bij films is het dan nog zo dat er dichter naar de première toe nog meestal twee verschillende trailers verschijnen, om de mensen echt nieuwsgierig te maken en hen over te halen naar de bios te gaan.

Voor journalistieke producties kan dat ook werken, zo vermoed ik. Daarom leg ik het dan nog prille idee voor aan Pim Wijers, hoofdredacteur van Filmblad Preview die ik voor een van mijn eigen projectjes interview. Ik vertel hem mijn idee om voor langere journalistieke producties (longreads, podcasts) trailers te maken omdat mensen de productie anders maar net voorbij moeten zien komen. Pim: “Ik vind wel grappig dat je zegt dat mensen het maar net moeten zien als jij iets schrijft en publiceert. Dat geldt ook voor die trailer, die moeten mensen ook maar ook net tegenkomen natuurlijk. Je vergroot dan wel je kansen dat mensen het al zien omdat ze dan twee contactmomenten hebben met je stuk in plaats van een, dus dat is al een voordeel.”

Hoeveel verschil het maakt, is lastig te voorspellen. Toch lijkt mij de kans op een groter publiek op deze manier veel groter. Hij zet mij ook aan het denken over waar je het filmpje deelt. “In de filmindustrie heb je ook trailers, daar wordt ruimte voor gekocht voor een voorstelling in de bioscoop. Dus dan heb je al een contactmoment.  Op internet moet je ook maar net zorgen dat mensen die trailer gaan zien. Dus dat is heel belangrijk, hoe die aan de man wordt gebracht.”, vertelt Pim.

De beste manier lijkt mij om het filmpje op Youtube te posten en dan te delen via social media. Als het kan via de kanalen van het medium waar de productie voor is.

Wat wordt er al gedaan?

De Correspondent kondigt artikelen vaak van tevoren al aan om de kennis van hun community te gebruiken. Zelfs een dag voor de inleverdatum van het assessmentportfolio verschijnt er een oproep.

Intro en kop van het aankondigende artikel

Journalistieke Innovatie

De oproep aan het einde van het artikel

Journalistieke Innovatie

Aankondigingen gebruikt De Correspondent dus wel al. Maar geen trailers.

Waar wel al trailers voor worden gemaakt – naast films – zijn boeken en strips. Op het Youtube-kanaal van het Eye staat zelfs het filmpje ‘Zo maak je een boektrailer’, waarin tips worden gegeven om een boektrailer te maken.

Schrijfster Cis Meijer heeft op haar YouTube kanaal een boektrailer van haar boek VAL staan. Die trailer lijkt op wat ik in gedachten had voor de trailers van journalistieke producties: witte teksten op een zwarte achtergrond die kort verklaren waar het item over gaat. Daar tussen toepasselijke beelden laten zien, bijvoorbeeld van beelden van het onderwerp van het item en/of beelden van de de geïnterviewde personen. En als het even kan met een passend muziekje eronder.

Lange journalistieke artikelen bestaan vaak uit duizend woorden of meer. In ieder geval zijn die een stuk korter dan een boek, al zijn er natuurlijk ook journalistieke boeken. Maar voor een echt artikel hoeft een trailer maar 30 seconden te duren vermoed ik. Ter vergelijking: de Trailer van het boek VAL duurt een minuut en dertien seconden.

In de beschrijving van de innovatieve ontwikkeling staan een paar ‘regels’ die als tips opgevat moeten worden. Zo denk ik dat iedere journalist vrij zou moeten zijn in de keuzes die hij/zij neemt voor het maken van een trailer. Ze moeten de inhoud zelf kunnen bepalen. Dan kunnen ze hun creativiteit daarop loslaten. De lengte van de trailer mogen ze dus ook zelf bepalen.

Ook zijn ze vrij in de lengte van het item waar ze een trailer van maken. Al lijkt mij het minimum voor geschreven artikelen een lengte van duizend, voor podcast of radiostukken een lengte van 10 minuten en voor filmpjes (waar het vaker voor wordt gedaan, zoals bij documentaires) ook 10 minuten.

Voor dit idee denk ik vooral al websites met langere journalistieke producties. Daarbij denk ik dus ook aan De Correspondent. Ik heb het idee aan Rob Wijnberg voorgelegd. Tijdens het assessment zal ik zijn reactie bespreken.

Ook denk ik aan De Groene Amsterdammer. Ik laat Daphne van Paassen mijn idee voorleggen aan de redactiechef van het weekblad, Evert de Vos. Hij reageert dat hij wel iets in dat idee ziet. ‘De Groene’ heeft tegenwoordig een Facebook Marketeer, zo schrijft hij, aan wie ik mijn idee kan voorleggen. De contactgegevens van die persoon moet ik echter op dit moment nog krijgen. Ook diens reactie bespreek ik tijdens het assessment.

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *