Vrije Ruimte Interview Twan Huys

Twan Huys is sinds enkele jaren een inspiratie voor mij, om wat hij bereikt heeft in de journalistiek. Hij is een geweldige interviewer en presentator.
Ik heb hem een paar keer ontmoet bij College Tour en de laatste keer (met Arjen Lubach) vroeg ik hem of hij weer eens naar de FHJ wilde komen voor een interview. Dat vond hij een leuk idee. Demi Rothof regelde de afspraken met hem en vrijdag 1 september mochten wij hem interviewen in de kantine van de FHJ.

Verantwoording Vrije Ruimte

 Interview Twan Huys 

Ik ben al een paar jaar ‘fan’ van Twan Huys. Niet dat ik hetzelfde wil gaan doen als hij, maar gewoon om wat hij heeft bereikt als journalist. Daarnaast vind ik zijn programma College Tour (CT) geweldig. Dus toen ik nadacht over een tweede Vrije Ruimte product bedacht ik me dat ik Twan in de kantine van de FHJ wilde interviewen. 

Na de College Tour-opname met Arjen Lubach sprak ik Twan aan en vroeg of hij naar de FHJ wilde komen. Hij reageerde enthousiast en wilde graag weer eens terug naar de FHJ, al zou het dan in september worden. Ik nam contact op met Demi, die op dat moment nog stage liep bij CT. Hij vertelde me dat hij met hetzelfde plan rondliep, dus toen besloten we het samen te gaan doen. Omdat Demi hem toch af en toe zag, besloten we dat Demi het contact met Twan zou onderhouden.   

In de weken voor het interview begon ik met mijn research. Dat bestond eerst uit de algemene feiten Twan opzoeken. Daarna kwam de meer diepgaande research, onder andere bestaand uit het lezen van zijn boeken (wat ik overigens helemaal niet erg vond). 

Op sommige van deze vragen die ik had bedacht, vond ik het antwoord al online. Vragen zoals: 

Waarom wilde je journalist worden? 

Je stuurde af op radio, wilde je toen nog niet de tv-kant op? 

Je studeerde ook niet in een keer af, hoe komt het dat je een herkansing moest doen?  

Omdat ik ervan uitging dat de eerstejaars niet alle details over Twan weten, heb ik de vragen toch gesteld of met het mij bekende antwoord een nieuwe vraag geformuleerd. 

De vragen hierboven hebben allemaal betrekking op Twan’s studententijd. Dat is eigenlijk ook het enige onderwerp waar Demi en ik alle vragen over hebben gesteld. Daarna lieten we de eerstejaars vragen stellen, maar hadden niet gezegd dat het over zijn studententijd moest gaan. De vragen gingen dus van het ene onderwerp naar het ander en af en toe konden Demi en ik nog een doorvraag stellen of de draad van de powerpoint weer enigszins oppakken. Op deze manier bleef het hele interview wel fris. 

Pas na twee dagen kon ik met een goed gevoel over het interview terugdenken. Daarvoor kon ik eigenlijk alleen zien wat er ‘mis’ was gegaan en wat er beter had gekund:  

Ik kwam bij het stellen van een paar vragen niet goed uit mijn woorden, na het deel over zijn studententijd hebben Demi en ik de regie over het interview compleet uit handen gegeven, die powerpoint bleek daardoor geen leidende draad maar meer iets waar ik een paar keer op terug moest komen,  ik vergat een vraag. 

Enkele van bovengenoemde punten hebben vooral te maken met de zenuwen, want hoe ik het ook probeerde, het lukte me niet om me helemaal te ontspannen. Dat lag niet aan het publiek – ik heb wel vaker voor een (groot) publiek gestaan – maar puur aan het feit dat ik Twan zo bewonder. 

Wat ik geleerd heb: 

-ik moet iets losser het interview in gaan, eigenlijk meer een gesprek proberen te voeren 

-bij dit interview was de inbreng van de eerstejaars leuk, maar anders moet ik zelf de regie meer in handen houden (ook door duidelijk uit te leggen aan het publiek wat de bedoeling is) 

-als je voor het eerst een groot interview gaat doen, begin dan nooit met je grootste idool, want dan weet je zeker dat je het hele interview zenuwachtig bent 

Radio-interview Chris Bajema

Wat wil ik hiermee aantonen: ik kan een goed (radio)interview houden

Ik noem mij hier boven wel een actieve journalist maar dat wil niet zeggen dat ik opeens een heel arsenaal journalistieke producten maak. De opdrachten voor de studie nemen een groot deel van mijn tijd in. Wel krijg ik af en toe een idee voor een leuk journalistiek  projectje. Daarnaast sta ik open voor projecten die van buitenaf komen. Soms lopen die twee in elkaar over. Zo werkte ik een van mijn projectjes om Twan Huys in september naar de FHJ te halen, om hem te interviewen in de kantine. Daardoor raakte ik in gesprek met de docenten die de introductieweek voor de aankomende eerstejaars vorm geven. Zij hadden onder andere het plan om de sjaars te inspireren door twee journalisten die verhalen op straat zoeken, in 2 minuten te laten vertellen hoe zij dat doen. Er moest nog contact worden opgenomen met de journalisten en iemand moest ze natuurlijk gaan spreken. Dat wilden ze door studenten laten doen, dus vroegen zij het onder andere aan mij.

Zo kwam het dat ik Chris Bajema (die geen tijd had ik face-to-face af te spreken) belde vanuit de radiostudio en hem voor een audiostukje van 2 minuten een kwartier lang een interviewde over zijn werkwijze.

De journalistieke innovatie

Wat ik hiermee wil aantonen: ik kan reflecteren op het vak en een idee verzinnen dat de journalistiek kan helpen.

 

Chris Bajema: “Ik moet nog steeds elke dag een drempel over”

Aankomende zomer beginnen 400 honderd kersverse studenten in Tilburg aan de opleiding journalistiek. De meesten van hen zullen niet vanaf de eerste dag freelance-waardige journalistieke producties maken. De eerste stap naar hun bestaan als journalist is inspiratie opdoen.

In de introductieweek staat de nieuwe studenten een paar opdrachten te wachten. Een daarvan houdt in dat ze verhalen op straat moeten gaan zoeken. Om die taak iets makkelijker te maken, krijgen ze van tevoren van twee journalisten te horen hoe zij dat doen. Een van hen is Chris Bajema, of zoals hij zijn podcastserie noemt, ‘man met de microfoon’. In het onderstaande interview legt hij zijn werkwijze uit en geeft tegelijkertijd tips over hoe je mensen op straat het beste kunt interviewen.

JOURNALISTIEKE INNOVATIE

TRAILERS VOOR JOURNALISTIEKE PRODUCTIES

De journalistiek zoekt steeds naar nieuwe manieren om een publiek te trekken. Sites zoals Upworthy richten zich daar compleet op.

De kwestie hoe je publiek trekt, werd ook besproken tijdens de Power of Narrative-conferentie in Boston twee jaar geleden. Dat schrijft Paulien Bakker in een verslag van de conferentie voor ‘De nieuwe reporter’. Tijdens de conferentie stelt Amy O’leary, hoofdredactrice van Upworthy, de vraag wat het digitale equivalent is van de krant naar de voordeur gooien. Daarmee bedoelt zij hoe je de aandacht van het publiek krijgt en vasthoudt.

O’leary geeft daar zelf een rijtje antwoorden op, maar richt zich vooral op de journalistieke producties zelf. Ik mis daarin nog een antwoord op hoe je een publiek trekt voordat de krant opengeslagen wordt (het moment dat hij naar de voordeur gegooid wordt). Ik denk dat een equivalent daarvoor ‘een trailer’ is.

Het begrip ‘trailer’ is natuurlijk bekend van de filmwereld. Trailers verschijnen maanden voordat een film in de bioscoop draait al op internet, om mensen te laten weten dat deze film wordt gemaakt en over een tijdje in de bios te zien is. De trailer zelf moet prikkelend zijn; mensen moeten die film willen gaan kijken. Het verhaal moet dus in 2 à 3 minuten enigszins duidelijk worden,  zonder te veel cruciale informatie prijs te geven. Bij films is het dan nog zo dat er dichter naar de première toe nog meestal twee verschillende trailers verschijnen, om de mensen echt nieuwsgierig te maken en hen over te halen naar de bios te gaan.

Voor journalistieke producties kan dat ook werken, zo vermoed ik. Daarom leg ik het dan nog prille idee voor aan Pim Wijers, hoofdredacteur van Filmblad Preview die ik voor een van mijn eigen projectjes interview. Ik vertel hem mijn idee om voor langere journalistieke producties (longreads, podcasts) trailers te maken omdat mensen de productie anders maar net voorbij moeten zien komen. Pim: “Ik vind wel grappig dat je zegt dat mensen het maar net moeten zien als jij iets schrijft en publiceert. Dat geldt ook voor die trailer, die moeten mensen ook maar ook net tegenkomen natuurlijk. Je vergroot dan wel je kansen dat mensen het al zien omdat ze dan twee contactmomenten hebben met je stuk in plaats van een, dus dat is al een voordeel.”

Hoeveel verschil het maakt, is lastig te voorspellen. Toch lijkt mij de kans op een groter publiek op deze manier veel groter. Hij zet mij ook aan het denken over waar je het filmpje deelt. “In de filmindustrie heb je ook trailers, daar wordt ruimte voor gekocht voor een voorstelling in de bioscoop. Dus dan heb je al een contactmoment.  Op internet moet je ook maar net zorgen dat mensen die trailer gaan zien. Dus dat is heel belangrijk, hoe die aan de man wordt gebracht.”, vertelt Pim.

De beste manier lijkt mij om het filmpje op Youtube te posten en dan te delen via social media. Als het kan via de kanalen van het medium waar de productie voor is.

Wat wordt er al gedaan?

De Correspondent kondigt artikelen vaak van tevoren al aan om de kennis van hun community te gebruiken. Zelfs een dag voor de inleverdatum van het assessmentportfolio verschijnt er een oproep.

Intro en kop van het aankondigende artikel

Journalistieke Innovatie

De oproep aan het einde van het artikel

Journalistieke Innovatie

Aankondigingen gebruikt De Correspondent dus wel al. Maar geen trailers.

Waar wel al trailers voor worden gemaakt – naast films – zijn boeken en strips. Op het Youtube-kanaal van het Eye staat zelfs het filmpje ‘Zo maak je een boektrailer’, waarin tips worden gegeven om een boektrailer te maken.

Schrijfster Cis Meijer heeft op haar YouTube kanaal een boektrailer van haar boek VAL staan. Die trailer lijkt op wat ik in gedachten had voor de trailers van journalistieke producties: witte teksten op een zwarte achtergrond die kort verklaren waar het item over gaat. Daar tussen toepasselijke beelden laten zien, bijvoorbeeld van beelden van het onderwerp van het item en/of beelden van de de geïnterviewde personen. En als het even kan met een passend muziekje eronder.

Lange journalistieke artikelen bestaan vaak uit duizend woorden of meer. In ieder geval zijn die een stuk korter dan een boek, al zijn er natuurlijk ook journalistieke boeken. Maar voor een echt artikel hoeft een trailer maar 30 seconden te duren vermoed ik. Ter vergelijking: de Trailer van het boek VAL duurt een minuut en dertien seconden.

In de beschrijving van de innovatieve ontwikkeling staan een paar ‘regels’ die als tips opgevat moeten worden. Zo denk ik dat iedere journalist vrij zou moeten zijn in de keuzes die hij/zij neemt voor het maken van een trailer. Ze moeten de inhoud zelf kunnen bepalen. Dan kunnen ze hun creativiteit daarop loslaten. De lengte van de trailer mogen ze dus ook zelf bepalen.

Ook zijn ze vrij in de lengte van het item waar ze een trailer van maken. Al lijkt mij het minimum voor geschreven artikelen een lengte van duizend, voor podcast of radiostukken een lengte van 10 minuten en voor filmpjes (waar het vaker voor wordt gedaan, zoals bij documentaires) ook 10 minuten.

Voor dit idee denk ik vooral al websites met langere journalistieke producties. Daarbij denk ik dus ook aan De Correspondent. Ik heb het idee aan Rob Wijnberg voorgelegd. Tijdens het assessment zal ik zijn reactie bespreken.

Ook denk ik aan De Groene Amsterdammer. Ik laat Daphne van Paassen mijn idee voorleggen aan de redactiechef van het weekblad, Evert de Vos. Hij reageert dat hij wel iets in dat idee ziet. ‘De Groene’ heeft tegenwoordig een Facebook Marketeer, zo schrijft hij, aan wie ik mijn idee kan voorleggen. De contactgegevens van die persoon moet ik echter op dit moment nog krijgen. Ook diens reactie bespreek ik tijdens het assessment.